Kunst, cultuur en media
De overheid moet zich zo min mogelijk bemoeien met kunst en cultuur. Wel is het de taak van de overheid om kunst- en cultuurhistorisch erfgoed te beschermen en om bepaalde vormen van kunst te ondersteunen. Uitgangspunt hierbij is altijd het ondersteunen van vraag, niet van aanbod. Bij het verstrekken van subsidies moet er dan ook altijd rekening gehouden worden met het draagvlak onder de bevolking, naast de beoordeling op artistieke waarde
Traditionele media zoals kranten en tijdschriften staan de laatste jaren steeds meer onder druk van nieuwssites op internet. Het is echter geen taak van de overheid om kranten en tijdschriften te steunen die niet meer op eigen voeten kunnen staan. Zij zullen zelf hun meerwaarde moeten bewijzen.
Cultuursubsidies
Nederland kent het systeem van peer review voor het verstrekken van kunst- en cultuursubsidies. Hierbij is het uitgangspunt dat vakgenoten elkaar controleren. De politiek gaat niet over de afweging of een bepaalde instelling wel of geen subsidie krijgt, maar dit advies wordt door de adviescommissie van een fonds gedaan. Hierbij is het wel van groot belang dat de beoordelaars die in ’een dergelijke commissie zetelen zelf niet afhankelijk zijn van een of meerdere subsidies, zodat zij een onafhankelijk oordeel kunnen vellen. Uitgangspunt moet altijd zijn dat culturele projecten die financieel zelfstandig opereren of een commercieel karakter hebben geen steun kunnen ontvangen. De steun geldt slechts voor vormen van kunst en cultuur waar enige vraag naar is, maar die niet zelfstandig en financieel onafhankelijk zouden kunnen bestaan.
Musea
De overheid heeft een belangrijke taak als het gaat om het borgen van nationaal cultureel erfgoed. Dit erfgoed moet voor iedere Nederlander toegankelijk zijn. Daarom is het wenselijk dat belangrijke musea op dit gebied ondersteund worden om die taak uit te voeren, naast de inkomstenbronnen die zij zelf genereren. In het gratis toegankelijk maken van musea voor jongeren ziet de JOVD niets. Wel moet in het onderwijs aandacht worden besteed aan kunst en cultuur.
Publieke omroep
De Nederlandse publieke omroep is uniek de wereld. De omroepverenigingen zijn grotendeels een overblijfsel uit verzuild Nederland. Iedere zuil kende een omroepvereniging die radioprogramma's en later ook televisieprogramma's voor de eigen achterban maakte. De belangrijkste reden voor het bestaan van een publieke omroep was het garanderen van onafhankelijke berichtgeving en de toegankelijkheid van de media voor iedereen.
Door de jaren heen is ons publieke omroepbestel gegroeid tot een gigantische organisatie met een grote hoeveelheid aan bestuurslagen, die veel overhead en bureaucratie veroorzaakt en besluitvorming moeilijk maakt. Wij zijn voorstander van een fundamentele hervorming van ons publieke omroepbestel.
Door de sterke ontzuiling in Nederland is het niet langer noodzakelijk een veelheid aan omroepverenigingen te hebben. De natuurlijke achterban van omroepen wordt kleiner en de identificatie van burgers met een omroep is veel minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd is het wel van belang de pluriformiteit in het aanbod te bewaren. Het programma-aanbod moet bestaan uit nieuws en opinie, cultuur, educatie en ontspanning. Sport en duur amusement horen niet thuis bij de publieke omroep, maar kunnen worden gebracht door commerciële zenders. Zo ontstaat een compacte en kleinere publieke omroep die zich meer kan richten op haar kerntaken. Pluriformiteit en maatschappelijke relevantie zijn de twee belangrijkste uitgangspunten van die nieuwe publieke omroep. Het bestuur van de publieke omroep wordt door het parlement hooguit op algemene beleidslijnen gecontroleerd; de inhoudelijke afwegingen en keuzes zijn aan het bestuur en de programmamakers.
- Deel deze pagina






