Artikelen
Privacy, een definitie.
Nadat ik een opiniestuk schreef over de bodyscan, realiseerde ik me dat het van groot belang is om een definitie te geven van het begrip ‘privacy'. Kunnen we het namelijk eens worden over een standaarddefinitie, dan is het mogelijk om deze telkenmale mechanisch toe te passen op iedere willekeurige ‘privacy-situatie'. Weten we wat privacy is, dan weten we ook wat in stríjd met de privacy is. Dat is namelijk alles, elke handeling of maatregel, die niet strookt met de omlijnde definitie.
‘Privacy' wordt volgens verschillende (digitale) encyclopedieën omschreven als ‘persoonlijke levenssfeer', ‘het recht om je af te zonderen', ‘het recht om met rust gelaten te worden' of ‘het recht om niet gehinderd te worden door anderen'.
Wanneer we de strekking van deze definities strikt zouden handhaven, zou ieder persoon, wanneer dat door hem gewenst wordt, volstrekt anoniem door het leven kunnen gaan. Dit kan niet; we worden immers niet zelden gehinderd door overheid, buren, vrienden en kennissen. Het is evident dat je dus nooit volledig ‘met rust gelaten kan worden'. Sommige zaken van jezelf moet je loslaten; hetzij wegens sociale, hetzij wegens wettelijke verplichtingen. Het is duidelijk dat voornoemde definitie van privacy niet absoluut is.
Welke persoonlijke zaken dienen wel met rust gelaten te worden? En niet geheel onbelangrijk; onder welke omstandigheden?
Hieronder wil ik trachten tot een vuistregel te komen die naar een algemene consensus werkt.
Thuis
Een woning, zoals wij die kennen, dient er hoofdzakelijk toe mensen een ‘eigen plek' te bieden. Een plek waar alles persoonlijk is; van de kleur van de muren tot de grootte van het bed. De woning is zo bezien als een tweede huid, waar een persoon in zijn handelen volledige vrijheid geniet (behoudens wettelijke restricties). Belangrijk is wel dat de handelingen ‘binnen' blijven: wanneer je vanuit je laptop (thuis!) persoonlijke gegevens openbaar maakt via bijvoorbeeld netwerksites als Hyves, aanvaard je daarmee de kans zichtbaar te worden opgemerkt (zie kopje ‘zicht- en hoorbaar').
Daarnaast dient een woning ertoe te beschermen tegen kou en regen. Dit is geen primaire functie van een woning, omdat daarmee gesuggereerd zou worden dat men kan wonen in een kale loods. Men kan in principe niet wonen in een kale loods, omdat de inrichting daarvan geen persoonlijke raakvlakken met de bewoner heeft. Omdat een huis verbonden is aan een persoon of een gezin, heeft een ander er niets te zoeken.
Het voorstel om onaangekondigd uitkeringscontroleurs huizen binnen te laten ‘vallen', is om deze reden dan ook niet acceptabel. Fraude met bijstandsuitkeringen en andere sociale voorzieningen is een ernstig probleem. Het doen van huisbezoeken zou een werkbare manier moeten zijn om deze fraude te voorkomen, zo was en is het plan. Echter, het geeft niet alleen blijk van wantrouwen, maar ook van slecht georganiseerde toewijzingscriteria, wanneer zo te werk wordt gegaan. Op deze wijze verliest een individu haar autonomie en zelfbeschikking. Het zal niet lang meer duren voordat we zélf binnenstebuiten worden gekeerd tijdens een visitatie.
Hoe dan wel op te treden tegen frauduleuze praktijken? Hoewel de huisbezoeken een preventieve werking beogen (wat mij onbegrijpelijk voorkomt), kan werking louter aan de orde zijn wanneer het probleem bij de bron aangepakt wordt. Die bron is de aanvraag van de uitkering of subsidie. De klunzigheid van het optreden van de overheid is even lachwekkend als triest; Wie eerst cadeautjes uitdeelt en later met agressie gegeven spullen komt terughalen, is nog erger dan een dief.
Zicht- of hoorbaar
Maar wanneer wordt het recht van privacy genoten buiten de vertrouwde, huiselijke omgeving? Omdat we ons bij de beantwoording van deze vraag in het schemergebied bevinden, is het wellicht praktisch om tot een regel te komen die algemeen toepasbaar is.
‘Het recht van privacy wordt genoten voor wat betreft alle persoonlijke behoeften, gedachten, gedragingen en feiten die niet direct zicht- of hoorbaar door anderen kunnen worden opgemerkt.'
Heel belangrijk in deze zin zijn de woorden ‘zicht- of hoorbaar'. Door ‘zichtbaar' of ‘hoorbaar' voor anderen te zijn, aanvaard je de kans opgemerkt te worden. Die aanvaarding brengt met zich mee dat je, voor zover je zicht- of hoorbaar bent, geen privacy geniet. Ieder onderzoek naar een persoon dat verdergaat dan puur visueel of auditief gadeslaan, vormt een inbreuk op het recht van privacy. Immers, door nader onderzoek te doen, worden gegevens verkregen die betrokkene zonder dat onderzoek niet openbaar zou maken.
Met ‘direct' wordt bedoeld: rechtstreeks ‘af te lezen' van betrokkene. Zo kun je rechtstreeks van iemand aflezen dat hij bruin haar heeft, maar niet wat zijn muzieksmaak is. Daar kom je achter door ernaar te vragen (onderzoek).Een voorbeeld: een patiënt komt met vage klachten in de buik bij een arts. De arts zal op dat moment nog onbevooroordeeld naar de patiënt kijken. Door de patiënt te bevoelen en te bevragen (onderzoek), trekt de arts conclusies. Een arts pleegt regelmatig een inbreuk op de privacy.
Een ander voorbeeld: op een vliegveld wordt een reiziger gefouilleerd. Dit gebeurt steekproefsgewijs. Er wordt gefouilleerd, omdat aan de reiziger zichtbaar niets bijzonders wordt opgemerkt. Door te fouilleren (onderzoek) ontdekt de douane of de reiziger al dan niet gevaarlijke voorwerpen met zich neemt. Ook door te fouilleren wordt er dus een inbreuk gemaakt op de privacy.
Merk op dat de vuistregel alleen te handhaven zou zijn in situaties waarin de ‘schendingsvraag' evident aan de orde is.
Rechtvaardiging
Er wordt dus regelmatig en op verschillende manieren inbreuk gepleegd op het recht van privacy. Deze inbreuken zijn, onder omstandigheden, echter wel te rechtvaardigen. Bijvoorbeeld als bij een belangenafweging blijkt dat het recht op privacy minder zwaar weegt ten opzichte van bijvoorbeeld het belang van een goede gezondheid of een veilige samenleving. We vinden het normaal, omdat een goede diagnose daartoe noopt, dat een arts inbreuk pleegt op de privacy. Het is echter een flagrante, niet te rechtvaardigen, schending van de privacy wanneer hij de verworven informatie vervolgens deelt met derden die daarbij geen direct belang hebben.
Wanneer een rechtvaardiging aan de orde is, blijkt eerst na een grondige belangenafweging, waar mijns inziens doorslaggevend moet zijn wat voor zoveel mogelijk mensen het minst schadelijk is. De logica (waar moet een belangenafweging anders toe leiden?) noopt hiertoe. Een definitie van rechtvaardiging zal nooit in één zin kunnen worden gevat, omdat dit begrip erg flexibel van aard is. Derhalve zal ook in de toekomst in elk afzonderlijk geval een belangenafweging plaats moeten vinden.
Transparant.
Voordat je je kunt richten op de vraag of bepaalde veiligheidsmaatregelen strijdig zijn met de menselijke waardigheid of de individuele vrijheid, is het belangrijk te bezien welke maatregelen je aan deze waarden wilt toetsen. Voor dit opiniestuk beperk ik mij tot de bodyscan, die zelden aan de orde is geweest vóór de poging van Umar Farouk Abdulmutallab tot het opblazen van Delta-airlines vliegtuig op Eerste Kerstdag 2009.
Een fatale ramp mag dan nipt voorkomen zijn; het idee voor een dergelijke maatregel komt natuurlijk ruimschoots te laat. Je kunt je afvragen waarom veiligheidsmaatregelen vaak aangescherpt en verbeterd worden vlak ná een ramp (of een ‘incident' zoals de autoriteiten het graag noemen) en een (paar) jaar later toch zodanig zijn afgezwakt dat een ramp zich wederom kan voordoen.
Daarnaast worden de scans op een inconsequente wijze ingezet; louter bij vluchten naar de Verenigde Staten.
De ‘bodyscan' scant het lichaam op onregelmatigheden. Zichtbaar worden contouren van het lichaam, maar de scans zijn niet tot individuele personen te herleiden. Daarnaast wordt de scan pas gezien door een natuurlijke persoon, zodra een dergelijke onregelmatigheid (ook poeders!), wordt ontdekt. Is er niets aan de hand, dan komt die persoon er niet aan te pas. Ook worden de scans niet opgeslagen.
In welke mate is er dan sprake van een inbreuk op de privacy, of beter: In hoeverre is dit strijdig met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer? Hoe duiden we de persoonlijke levenssfeer? Een strikte afbakening heeft de grondwetgever nooit gemaakt, maar aangenomen mag worden dat de ‘scankwestie' wel degelijk de grenzen van die sfeer raakt. Voor de vraag of de maatregel de privacy al dan niet aantast lijkt het de politiek van belang te bezien of de scan te herleiden is tot een niet-anoniem individu. Quod non!
Dit neemt niet weg dat de hele situatie voor reizigers een onprettige ervaring is. De staat schept een nieuwe regel en een regel is een beperking dus de reiziger is niet blij. Hij wordt in zijn vrijheid beknot door de afweging die hij nu dient te maken; Neem ik de vlucht en accepteer ik de beperking of neem ik de vlucht niet? (overigens is het zo dat de reiziger de keuze heeft om niet door de scan te gaan; hij volgt dan de gebruikelijke controle). De reiziger wordt voor een keuze gesteld, terwijl hij voorheen geen keuze had (die werd hem immers niet voorgelegd). De maatschappij verhardt, helaas, en als u veilig wil vliegen, zult u daar aan mee moeten werken; douaniers kunnen nu eenmaal niet aan de buitenkant zien of u wel te vertrouwen bent.
Voorwaarde voor een succes van deze, op zichzelf ongemakkelijke, maatregel is dat de bodyscan effect sorteert. De ‘schade' zou onevenredig zijn wanneer blijkt dat de bodyscan alsnog niet goed filtert. Dat kost teveel tijd, geld en mopperende reizigers.
Wanneer de bodyscan onder de genoemde condities in gebruik wordt genomen en effectief blijkt, is het raadzaam om ons te herbezinnen op deze maatregel. In dat geval is het wellicht een belangrijke stap richting een veiliger wereld.
- Deel deze pagina






