Repubblica Burocrazia!

 

Op deze pagina doet eindredacteur Jorik Kuipers verslag van zijn belevenissen in Florence, in het Italië van Berlusconi, van enorme tegenstellingen tussen links en rechts, rijk en arm, het land van pasta, wijn en Rome, waar corruptie en bureaucratie welig tieren.

In Nomine Patris
23-06-2010 door Jorik Kuipers

De Rooms-Katholieke Kerk; de oudste nog bestaande onderneming ter wereld. Met Zijne Heiligheid als CEO heeft het religieuze instituut de afgelopen tijd behoorlijk wat kritiek over zich heen gekregen. Onethische handelingen van haar werknemers was de inzet van het debat. Reden te meer om eens te kijken naar hoe de Kerk zich verhoudt tot de huidige Italiaanse maatschappij. Hoewel Vaticaanstad - waar zich de bakermat van dit alles bevindt-  een onafhankelijke staat is, is het toch onlosmakelijk verbonden met Italië. De invloed van de Katholieke Kerk is tot op de dag van vandaag nog terug te vinden op vele fronten van de Italiaanse maatschappij. Maar wat is de politieke receptie van de ooit zo machtige goddelijke zaak? En wat is er nog over van de kerkelijke moraal?

Vanzelfsprekend neemt de Kerk geen genoegen met enkel zeggenschap binnen het huis van God; politiek gezien valt er immers genoeg te halen. Italië heeft een grote christendemocratische traditie: de Democrazia Cristiana (DC) heeft vanaf haar oprichting in 1943 bijna 50 jaar lang een stevige vinger in de pap gehad. De partij heeft vrijwel continu geregeerd (zelfs met de communisten) en bijna altijd de minister-president geleverd. Na de overvleugeling van Berlusconi’s Popolo della Libertà (PdL), is er van de ‘expliciet’ christelijke partij niks meer over. Omdat de omvangrijke nieuwe partij van de Cavaliere een aanzienlijk deel van voormalige DC’ers herbergt, moet de excentrieke leider de christelijke flank regelmatig tegemoet komen. Zo komt het woord ‘familie’ veelvuldig voor in menig verkiezingsprogramma van de PdL en spreekt de AC Milan voorzitter vaak te pas en te onpas over de Heere in het openbaar. Naast dit soort acceptabele zaken op het gebied van ‘christelijke visie uitdragen’, slaat de grote baas ook wel eens de plank mis. Zo opperde de minister-president, tijdens een staatsbezoek aan Israel in februari van dit jaar, dat de West-Aziatische bondgenoot best bij de Europese Unie zou kunnen. Deze merkwaardige stelling werd onderbouwd met het enige argument dat ‘beide landen aan de basis van de judeo-christelijke samenleving staan’. Voor Berlusconi in ieder geval genoeg reden om het politiek instabiele land een plek binnen de EU te geven.

Dan de secularisering van de Katholieke Kerk, die ook haar weerslag vindt in Italië. Jongeren hebben steeds minder interesse in de Kerk. Wanneer men sommige Italiaanse heerschappen observeert in hun omgangsnormen (vooral met buitenlandse vrouwen), kan er geconcludeerd worden dat naleving van de kardinale deugden inderdaad passé is. Hierbij moeten vooral de prudentia en de temperantia het ontgelden. Toch heb ik een bijzonderheid waargenomen die de ontkerkeling enigszins ontkracht. Bij de talloze religieuze feesten (vooral die van patroonheiligen) in dit land, zijn er altijd veel jongeren aanwezig die participeren aan de organisatie van de festiviteiten. En dit zijn niet alleen de braafste kindjes van de klas werd mij verteld door een gids. Integendeel: het zijn vaak de enfants terribles die zich nuttig inzetten tijdens festiviteiten in de gemeenschap. Hoe dan ook: beetje bij beetje lopen de kerken leeg. De negatieve publiciteit omtrent de zeden van menig kerkelijk dienaar draagt ook niet bij aan de terugwinning van het volk in de kerkbanken. En mocht de kerk uiteindelijk echt verlegen zitten om kerkvolk, dan zijn er altijd de toeristen nog!


Il Nord lavora ed il Sud mangia
18-05-2010 door Jorik Kuipers

In het land waar zebrapaden louter het resultaat van een Melkertbaan lijken, wordt moord en brand geschreeuwd over de hoge werkloosheid, is staken een nationale hobby en is progressie nauwelijks merkbaar. Italië wordt sociaalhistorisch tot het ‘mediterraanse model’ gerekend, wat gepaard gaat met kenmerken als corrupt, wanordelijk en vooral onwerkbaar. Op papier een economische grootmacht (het land behoort immers tot de G8); in de praktijk slechts een trage, ongeoliede machine. Gaat het land, dat de hoogste staatsschuld van Europa heeft, ‘op zijn mediterraans’ de Grieken achterna?

Zeker niet. Italië staat economisch gezien vrij sterk ten opzichte van de rest van de Zuid-Europese landen. We hebben het dan ook over Italië: het land dat het bankieren uit heeft gevonden. Tevens het land alwaar de werkzame bankieren (vooral) ten tijde van de Renaissance massale kunstopdrachten hebben uitgevaardigd waar Italië tot op de dag van vandaag nog zijn enorme toeristenstroom aan te danken heeft. Het is de natie die ons handelswoorden als ‘conto’ en ‘bankroet’ heeft gegeven. En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat de Romeinen zoal betekend hebben. Klinkt veelbelovend, toch?

Toch is het niet meer zo gezellig als dat het was. Tegenwoordig heerst er verdeeldheid. Want waar de economische activiteit in de industriële driehoek Milaan-Turijn-Genua momenteel nog steeds hoogtij viert, ligt de rest van het land, vooral de regio’s ten zuiden van Rome, op haar gat. ‘Het Noorden werkt en het Zuiden eet’. En daar is het Noorden, vanzelfsprekend, niet zo blij mee. De Lega Nord, de spraakmakende separatistische partij die eerder aan bod gekomen is, ziet hier uiteraard weer een argument in om het Zuiden maar al te graag te lozen. Rome volgaarne incluis, want daar zit de regering die toch alleen maar geld stort in de bodemloze put die ‘het Zuiden’ heet.


Duidelijk, verdeeldheid dus. Maar waarom? Wellicht voorspelbaar, maar het heeft wederom alles te maken met de mentaliteit. Het bedrijfsleven wordt  namelijk op een bijzondere manier ingevuld in dit land. In Florence bijvoorbeeld gaan veel winkels en bedrijven tussen 13.00 en 16.00 op slot: lunchtijd. De economische motor wordt dus dagelijks drie uur lang op standje energiebesparend gezet. Naast dit soort fratsen is zaken doen met Italianen, buitenlander zijnde, ook vrij frustrerend. ‘Ter zake komen’ staat doorgaans niet in het vocabolario van de Italiaanse zakenman, wat dus inhoudt dat er tijdens een zakendiner eerst uitgebreid over familie, voetbal en eten gesproken moet worden alvorens er formaliteiten geregeld kunnen worden. En betalingen? Die kunnen best wel eens even op zich laten wachten. Waarom zou je je namelijk haasten?

Deze mentaliteit van chaos en traagheid uit zich, naast het bedrijfsleven, ook op de arbeidsmarkt. Van mensen die bij zinloze kantoortjes tewerkgesteld worden om het kastje-muur principe in leven te houden tot bouwprojecten die eeuwig duren. Wat mij overigens opvalt hier in Florence, is dat bijna niemand van de jongeren werkt. Waar Nederlandse studenten vaak een bijbaantje hebben, houden Italiaanse studenten zich verre van deze tijdsinvulling. Waarom? Als je jongeren vraagt waarom ze geen bijbaantje hebben, krijg je de standaard smoesjes variërend van ‘geen tijd’ tot ‘ik kan niks vinden’ te horen. Zorgelijk als je het mij vraagt, want van alleen het onderwijs in dit land moet je het niet hebben. Een degelijk CV opbouwen zit er niet in bij de toekomstige arbeidsmarktparticipanten. Om over enige ondernemingszin bij jongeren nog maar te zwijgen.
Jammer. Het land heeft namelijk wel de potentie om daadwerkelijk een verdiende economische grootmacht te zijn. Men moet alleen de ‘piano piano’ mentaliteit laten varen. Dus, waarde Italianen, u weet wat u te doen staat: steek een peperoncino in uw reet en ga aan het werk!


Schreeuwen, zeuren en vooral niets bijdragen
30-04-2010 door Jorik Kuipers

Het is 25 april 2010. Bevrijdingsdag, het 65ste jaar alweer. Op weg naar het station kom ik een fanfare tegen; er heerst een feeststemming op straat. Ik weet dat dit voor Italië een moeilijke dag is, want naast een zeker oorlogstrauma heeft het ook (vooral?) een oorlogsschuld. Ook dit besef borrelt bij velen boven op zo’n dag. Gefascineerd sla ik de stoet gade, maar de euforie die mij overviel bij de plotselinge ontmoeting met de lokale traditie verdwijnt als sneeuw voor de zon bij het zien van het aanhangsel dat zich achter het musicerende gezelschap bevindt: communisten. 


Ik had eigenlijk ook niets anders verwacht; ik had al een week niks meer van het gezelschap vernomen dus het werd tijd. Linkse schreeuwers vinden het noodzakelijk om met grote regelmaat hun aanwezigheid hier aan te tonen. Zodoende hebben ze inmiddels hun positie verankert in de Florentijnse samenleving. Florence is namelijk al decennia lang een linkse stad. Men zal Florence ook links houden. Het is zo’n stad van het pappen en nathouden heb ik het idee. Waar Italië het land is van de extreme politieke stellingen, is Florence een stad van het politieke eenrichtingsverkeer. Je hoeft in deze stad maar over straat te lopen om te merken dat de ‘politiek geëngageerden’ het vooral overal mee oneens zijn: de Staat, de minister-president, rechts, privatisering en zo kan ik nog wel even doorgaan. En waar men het vooral mee oneens is, is fascisme. Vrijwel alle protestmarsen die het linkse gebroed organiseert, staan in het teken van antifascisme. Want alles wat de Staat regelt en wat niet strookt met de ideeën van links, is natuurlijk onmiddellijk iets wat gelinkt moet worden aan de zwarthemden.

Met name het immigratiebeleid in Italië is je reinste fascisme als je de (extreem)linksen alhier moet geloven. Dat aanhangers van dit gedachtegoed vaak last hebben van het ontkennen van daadwerkelijke problemen is geen nieuws. Maar het immigratiebeleid in deze stad fascistisch noemen, is volslagen absurd. De stad loopt over van zwervers, bedelende zigeuners en illegale ambulante verkopers die het vooral voorzien hebben op de gunsten van de toeristen. De visiterende mensen worden daadwerkelijk lastig gevallen door deze groepen. Dit terwijl in deze stad een enorme politiemacht zichtbaar is (we hebben hier onder andere de Carabinieri, de Polizia, de Polizia Comunale, de Polizia Municipale en zelfs de Guardia di Finanza) die zich in dezelfde ruimte beweegt als de probleemgroepen. Harde aanpak? Lik-op-stukbeleid? Kortom: ‘fascistisch’ handelen van de autoriteiten? Geenszins.


Communisme leeft hier dus nog steeds. Mijn universiteit doet helaas mee aan het in leven houden van deze ‘ideologie’. Op mijn faculteit zijn er speciale muren waar het rode gevaar hun gezever op kan tentoonstellen en bij de ingang staan studenten vaak doodleuk nieuwe aanhangers voor hun neocommunistische beweging te werven. Dit soort zaken kun je nog enigszins, verstandig, negeren. Het feit daarentegen dat de universiteit geregeld haar deuren op slot gooit om samen met linkse studentenbewegingen te protesteren tegen het een of ander, is natuurlijk te belachelijk voor woorden. Als universiteit een podium creëren voor politieke en maatschappelijke discussies is best prima. Dat het echter zo stellig een expliciete richting inslaat, vind ik nogal verwerpelijk.

Voor nu hou ik mijn hart vast: de Dag van de Arbeid is nakende. In plaats dat men gaat vieren dat arbeid loont, hebben de ‘almachtige’ vakbonden alweer stakingen aangekondigd. Het is een Italiaanse hobby, zo niet een sport, om vooral heel vaak het ‘arbeidsbijltje’ erbij neer te gooien. Het zal mij benieuwen wat ik die dag weer op straat tegenkom…

La televisione italiana, che casino…
12-04-2010 door Jorik Kuipers

Goed, laten we het eens over de Italiaanse media hebben. Als gevolgtrekking uit eerder gepubliceerde artikelen kunt u er donder op zeggen dat het er ook hier erg bijzonder aan toe gaat. Bij media in Italië denkt u uiteraard, niet onterecht overigens, onmiddellijk aan Berlusconi. Meneer de ‘Cavaliere’ heeft inderdaad nogal wat in de Parmalat te brokkelen bij zowel  de commerciële als de publieke omroep. Laat ik proberen om een zo objectief mogelijk beeld te schetsen van dit discutabele medium.

De RAI in Italië is al jaren een punt van discussie. Waar een publieke omroep vooral een representatie moet zijn van de verschillende bevolkingsgroepen die het land rijk is, is de Italiaanse versie vooral een politieke spreekbuis. De voor elk huishouden beschikbare 3 RAI zenders staan, historisch gezien, onder een zeker ‘politiek toezicht’. Tijdens de zogeheten ‘Eerste Republiek’ (1946-1994) stond RAI Uno vrijwel onder directe controle van de regeringspartijen (de Democrazia Cristiana is in deze periode vrijwel altijd de grootste regeringspartij geweest). RAI Due en Tre werden leuk verdeeld onder de sociaaldemocraten, de postfascisten en de communisten. In hoeverre de strikte verdeling vandaag de dag nog het geval is, is mij onduidelijk.


Het aanbod op de tv-zenders is groot, maar geenszins gevarieerd. Opvallend is dat alle nieuwsuitzendingen hier ontzettend lang duren; veel zinvol nieuws wordt er verkondigd, maar er is ook veel opvulling met overbodige items. Zit de Nederlandse nieuwslezer in zijn te grote colbertje keurig achter zijn bureau  met zijn handen gecontroleerd in beeld, zijn Italiaanse collega daarentegen presteert het om in een uitpuilend strak jasje nogal nonchalant met gespreide armen iets te duidelijk de autocue of het kladpapier op te lezen. Om geloofwaardig over te komen, moet het weerbericht natuurlijk door een deskundige gepresenteerd worden. In Nederland is dit vaak een meteoroloog; in Italië doet men het met een in uniform gehesen luchtmachtofficier (daar hebben we het autoriteitsargument weer!).

Naast dit soort serieuze rubrieken is het niveau van de Italiaanse tv verder dramatisch. De RAI laat zich dagelijks in met Songfestivalachtige taferelen, terwijl verder alle films en series op de commerciële omroep nagesynchroniseerd worden. Het resultaat hiervan is te merken aan het belabberde niveau van het Engels van de jongeren alhier. Door de commerciële omroepen die geen uitzendrechten voor voetbalwedstrijden hebben, wordt er toch opvallend veel aandacht besteed aan de volkssport tijdens een belangrijke wedstrijd. Gedurende de wedstrijd kan men op zijn minst 90 minuten lang naar voetbalcommentatoren kijken die zinloze discussies over voetballers afwisselen met schreeuwend commentaar betreffende hetgeen zich op het veld afspeelt (wat de kijker dus niet kan zien). Voor de rest zijn er veel Tell Sell-achtige zenders die 24/7 Perzische tapijten aanprijzen, behoorlijk wat kookprogramma’s en talkshows. Niets om voor thuis te blijven dus mijns inziens.

Toch is er mijnerzijds ook een punt van lof inzake de communicatieve uitingen van de Italianen. Respect, of beter gezegd verontwaardiging, voor de manier waarop hier journalistiek wordt bedreven. Er is veel criminaliteit, dus ook veel nieuwsitems zijn hiermee gevuld.  Wat ik zo frappant vindt aan de berichtgeving, is dat (potentiële) daders met naam, toenaam, adres en meer van dat soort gevoelige informatie genoemd worden. Mijn respect in dezen is voor de bedrevenheid waarmee journalisten te werk gaan. Berichten zijn vaak doordrenkt met (nuttige) details die alleen een ‘zich in de situatie vastbijtende’ journalist kan verkrijgen. Deze journalistieke vaardigheden zijn overigens ook gewoon terug te vinden in de kranten. Aangezien deze spotgoedkoop zijn en goed voor een halve kilo aan informatie geef ik toch nog steeds de voorkeur aan nieuwsvergaring op deze ouderwetse manier. Zo kun je de informatie ook rustig consumeren, wat bij tv-berichten in het gesproken turbo-Italiaans natuurlijk onmogelijk is…

Oorlogstaferelen: Elezioni Regionali!
Verkiezingsspecial 30-03-2010 door: Jorik Kuipers

In de inleidende column is het al aangekondigd: een artikel over de regionale verkiezingen in Italië die plaatsvonden op 28 en 29 maart jl. Bij deze verkiezingen kiest het volk hun afgevaardigden voor het regionale bestuur alsmede hun regionale president voor de komende vijf jaar (tot op enige hoogte vergelijkbaar met de Provinciale Staten zoals bij ons). De sinds 2005 regerende regionale presidenten zijn allesbehalve een goede afspiegeling van het huidige landelijke politieke klimaat: slechts 2 van de 13 deelnemende regio’s werden bestuurd door een centrum-rechtse leider. Niet voor niets kwam in de annunciatie het woord ‘oorlog’ voor. En oorlog was het inderdaad. Het begon allemaal tijdens de campagne circa 4 weken voor de verkiezingen, met, hoe kan het ook anders, Berlusconi’s Popolo della Libertà (PdL). De partij had namelijk de kandidatenlijst in de regio Lazio (bewust?) niet op tijd ingeleverd, wat tot een enorme chaos leidde. En dit was nog maar het begin…

De Italiaanse wet stelt een strakke termijn aan het inleveren van de kandidatenlijsten. Niet op tijd inleveren betekent dan ook geen geldige lijst, dus geen deelname aan de verkiezingen. Het kwam,  volgens enkele berichten, zelfs aan op een minutieus verstrijken van de inlevertermijn (verhalen variëren van een bevel van hoger om toch op het laatste moment terug te trekken tot het opsluiten van de partijsecretaris op de wc zodat het deze onmogelijk gemaakt werd om de lijsten in te leveren). Links roept dat het bewust gebeurd is door de PdL om er gewin uit te slaan. Rechts is zich van geen kwaad bewust en probeert alsnog om de lijst geldig te krijgen. Het staatshoofd wordt erbij geroepen die nota bene een decreet uitvaardigt om ‘in het teken van de democratie’ de lijst geldig te verklaren. Een nobele daad van de voormalig-communist denkt rechts en het decreet komt dan ook door de ministerraad heen. Links is laaiend en interne spanningen in het veld van de ‘sinistri’ ontstaan omdat partijsecretaris Bersani van de linkse Partito Democratico (PD) zich achter president Napolitano schaart (het is immers de president en ook nog eens een partijgenoot en daar ga je dus niet tegenin) terwijl de rest van de PD zich afvraagt wat het staatshoofd zich in nome del Dio in zijn botte hersens heeft gehaald. En dan zijn we er nog niet. De zaak komt voor. De rechter kijkt eens goed achter zich op de muur in de rechtszaal alwaar de quote ‘La legge è uguale per tutti’ prijkt en besluit dat hij dit dus ook vindt gelden voor de PdL. Deze zegt namelijk: het decreet is onwettig, zeg maar dag met je handje tegen je kieslijst. Links hangt de vlag uit en roept dat de democratie heeft gezegevierd. Rechts daarentegen huilt en schreeuwt dat de democratie is vermoord.

Deze zaak is nog te plaatsen onder het kopje ‘figuurlijke oorlogstaferelen’. Sprake van ‘letterlijke oorlogstaferelen’ was er zaterdag 27 maart jl., een dag voor de verkiezingen, toen een pakketje in de handen van een Milanese postbode ontplofte. De bom die in het pakketje zat, was afkomstig van een anarchistische beweging en bestemd voor het Lega Nord (LN) kantoor in Milaan, in het bijzonder voor LN Minister van Binnenlandse Zaken Maroni wegens zijn ‘abjecte’ immigratiebeleid. Historische wonden zijn door deze aanslag weer opengereten; de vergelijking met de ‘Anni di piombo’ in de jaren ’70,  toen er veelvuldig politiek gemotiveerde terroristische aanslagen plaatsvonden in Italië, was snel gemaakt. Olie op het vuur dus voor rechts, die wederom een argument zagen in  het dwarsbomen van ‘democratische’ verkiezingen voor het volk.

Dan de verkiezingsdagen zelf. Aangezien het regionale verkiezingen zijn, moet er vanzelfsprekend ook correspondentie geschieden vanuit mijn eigen regio. In Toscane konden circa 3,5 miljoen stemgerechtigden zich bij 3.900 stemkantoren uitspreken over hun nieuwe regionale bestuur en leider voor de komende 5 jaar. Negen partijen stonden op de lijst voor het regionale bestuur; vijf presidentiële kandidaten vielen er te kiezen (de 4 vertegenwoordigde linkse partijen vormden één alliantie, net als de 2 rechtse partijen terwijl de overige 3 partijen hun eigen presidentiële kandidaat hadden). Wat dan wel weer typisch Italiaans is, is dat de manier van stemmen niet uniform is in alle regio’s. In Toscane stem je niet op een persoon maar op een partij: je zet dus een kruis door het logo van de partij waar je op stemt, ondanks het feit dat de namen van de kandidaten erbij staan. De kandidaat-president die de partij (of de alliantie waar de partij onderdeel van is) vertegenwoordigt, krijgt zo automatisch een stem. Het initiatief van de PD om deze stemwijze te negeren en om per referendum alsnog een ‘persoonlijke’ stem af te dwingen bleek falend te zijn.

De uitslagen van de verkiezingen waren redelijk snel bekend, alsmede de obligate statistieken. De opkomst dit jaar was slechts 63,6% , acht procent minder dan bij de verkiezingen in 2005. De verschillen met de verkiezingen van 2005, qua uitslag, zijn eveneens noemenswaardig. Kreeg rechts in 2005 jaar het presidentschap in louter 2 regio’s, nu mag het  in 6 regio’s de president aanleveren (Lazio incluis, wat te danken is aan de alliantie). Ondanks het feit dat links in 7 regio’s de dienst zal uitmaken de komende jaren, komt rechts, de PdL met bijna 27% van de stemmen, als grote winnaar uit de bus. Als dit inderdaad als test voor het landelijke beleid van Berlusconi IV gezien wordt, dan heeft ‘Il Cavaliere’ deze proef toch wel glansrijk doorstaan. Een ‘lovende’ eerste reactie van LN leider Umberto Bossi die even duidelijk wilde maken dat ‘links niet meer bestaat in het noorden’. In Toscane daarentegen blijft links, zoals verwacht, wel bestaan: met 59,7% van de stemmen continueert het haar regionale leiderschap. Desalniettemin heeft rechts het niet slecht gedaan in deze regio. Laat de coalitievorming nu maar komen!


Sttt….il professore sta parlando
12-03-2010 door Jorik Kuipers

Het land waar in 1999 de beginselverklaring voor het Bachelor-Masterstelsel officieel bekrachtigd werd, houdt er zelf een nogal eigenaardig onderwijssysteem op na. Waar veel zaken overeenkomstig de Nederlandse manier zouden moeten gaan, heb ik tot op heden alleen nog maar enorme verschillen gezien. In Italië noemt men de universitaire opleidingen nog doodleuk Triennale (Bachelor) en Magistrale (Master) om nog maar even te zwijgen over de inhoud van deze opleidingen. Een beetje vreemd als je je bedenkt dat het land zich profileert als een zeer op Europa gericht land: op elk ook maar iets te betekenen gebouw hier prijkt, naast de nationale (en vaak ook de Florentijnse), een Europese vlag. Het onderwijs is allerminst Europees; het is vooral typisch Italiaans…

De voorzitter der colleges, ‘Il professore’ ,is heilig in dit land. Zo rumoerig als het is tijdens het wachten op de immer verlate deskundige, zo muisstil is het als de ‘Messias’ het, vaak aftandse, lokaal betreedt. En dan begint een 2 (of 3) uur durend warrig, van de hak op de tak springend monoloog;  niemand die zich rept, de professor weet het immers altijd beter. En dit is ook de hele insteek van het onderwijs hier: informatie consumeren om dit vervolgens op het mondelinge tentamen eenmalig te reproduceren. Werkstukken? Presentaties? Papers? Niet op mijn faculteit in ieder geval. Stel je voor dat je academische vaardigheden leert…Overigens is de kans zeer klein dat je, Erasmus student zijnde, het tentamen niet haalt. En mocht je juist net niet blond genoeg zijn of over voldoende vrouwelijke trekjes beschikken, dan zijn de herkansingsmogelijkheden vaak oneindig.

Ik mag mij, naast dit soort belegen taferelen, gelukkig prijzen met de colleges van de befaamde Britse historicus Paul Ginsborg. In tegenstelling tot zijn Italiaanse collega’s deelt hij wél schema’s uit en moedigt hij juist discussies aan binnen de colleges. Tevens schopt hij het ‘italocentrische’ beeld (Italianen vinden zichzelf namelijk nogal belangrijk) dat men van de maatschappij heeft maar al te graag onderuit: keer op keer toont hij aan dat het Italiaanse systeem geen voorbeeld, maar juist volslagen idioot is.

Deze idiotie uit zich alleen al in de erbarmelijke cultuur die hier op de universiteit heerst. Buiten de zwaar vervallen gebouwen waar de lessen worden gegeven (men vergooit de torenhoge subsidies veel liever door massaal te investeren in de mensa, waar je als student voor maar €2,50 een (houd u vast!) primo, secondo, contorno, een toetje, fruit en drinken van aanzienlijke kwaliteit kunt krijgen!) is de uni van Florence een infaam links bolwerk. Er is geen maagdelijk stukje buitenmuur meer te vinden: alles is beklad met pro-communistische, anarchistische en anti-Berlusconi leuzen. Verder wordt er zeer actief geflyerd voor (neo-)marxistische en leninistische genootschappen en is demonstreren een conventionele studentenhobby. In klagen en schreeuwen zijn de dames en heren studenten hier kampioen. Maar hier blijft het dan ook bij. In het constructief oplossen van problemen valt er nog heel wat werk te verzetten. Toevallig wordt er vandaag, 12 maart, gestaakt op de universiteit alhier. Er zijn geen colleges, alle kantoren zijn dicht en de ‘Studenti di Sinistra’ hebben opgeroepen tot een demonstratie. Dit alles omdat men het niet eens is met het euvel dat 11 jaar geleden in Bologna geschiedde. Tevens is men het, zoals een goed socialist betaamt, oneens met de ‘doorslaande’ private financiering van het onderwijs in de Republiek. Vooralsnog geen greintje liberalisme te herkennen op deze academie…



Staatsvorm: Repubblica  Burocrazia!
27-02-2010 door Jorik Kuipers

Domani.
Morgen dus. Het woord wat ik de afgelopen tijd tot in den treure gehoord heb. Dit woord  geeft perfect aan hoe alles werkt hier in Italië: tergend langzaam. Wie met een georganiseerde wil zijn verblijf in dit land wil uitzitten, zal bedrogen uitkomen. Regels zijn facultatief; tijdstippen zijn ruim interpreteerbaar.  Van de schoenmaker die belooft dat je schoenen domani klaar zijn tot de medewerker van de universiteit waarmee je domani een afspraak hebt. In beide gevallen zul je, bij het verschijnen op het afgesproken tijdstip, vaak horen dat je domani maar weer terug moet komen. Met andere woorden: in Italië kun je nergens van op aan.

Onze hoofdredacteur noemde Italië al een pastarepubliek in de eerste editie van Driemaster dit jaar. Veel liever noem ik het de stempelrepubliek. Italianen zijn namelijk verzot op documenten waar (officiële) stempels op staan. Tevens zijn ze erg gevoelig voor titels (een afgestudeerd masterstudent noemt zich hier al dottore), naamkaartjes en voor ´wittejassen´ (apothekers en zelfs opticiens lopen erin rond). Italianen spelen dus openlijk met het autoriteitsargument; het is schijn. Men loopt overal mee te koop, maar wanneer het daadwerkelijk op het uitvoeren van zaken aankomt, is Italië bedroevend slecht. Elke besluitvorming, van scholen tot postkantoren, wordt door de enorme gelaagdheid  die de instanties hebben enorm vertraagd.

De Italië bezoeker zal vooral met het kleine leed betreffende bureaucratie geconfronteerd worden. Ga maar eens een studentenkaart regelen in Italië. Zorg ook vooral dat je Nederlandse universiteitpapieren voorzien zijn van de nodige handtekeningen (en stempels!), spreek voor de zekerheid de ambtenaar aan met dottor(essa) en grote kans dat je je kaart dan enigszins op tijd hebt. Je moet deze trouwens wel op een andere plek afhalen dan waar je hem moet aanvragen, vaak aan de andere kant van de stad. En je pasje voor de mensa? Weer een ander gebouw. En vanzelfsprekend  heeft elk kantoor andere openingsdagen/-tijden (uiteraard de ruime middagpauze meegerekend). Het is ontzettend vermoeiend en af en toe voel je je Jozef K.

Dit inefficiënte handelen is vanzelfsprekend ook terug te vinden in de hoogste organen van het bestuur: de politiek. De aannames van voorgestelde wetten laat vaak erg lang op zich wachten; laat staan de daadwerkelijke uitvoering ervan. Rechtszaken kunnen jaren duren, waarbij in sommige gevallen de verjaringstermijn zijn intrede doet en de beklaagde vrijuit kan gaan zonder volledig gevoerd proces. Italië heeft de liberale oplossing op het gebied van de besluitvorming nog niet omarmd. Er moet toch echt gesneden worden in het ambtenarenapparaat, want op deze manier blijft vooruitgang een ware utopie. En los van de vooruitgang: ook ik als individu zou het op prijs stellen als alles eens wat sneller en vooral efficiënter zou gaan. Tot die tijd moet ik het maar doen met de woorden die de legendarische Pavarotti ooit al zong: domani verrà…(morgen zal komen red.)