Nieuws : Schreeuwen, zeuren en vooral niets bijdragen
Het is 25 april 2010. Bevrijdingsdag, het 65ste jaar alweer. Op weg naar het station kom ik een fanfare tegen; er heerst een feeststemming op straat. Ik weet dat dit voor Italië een moeilijke dag is, want naast een zeker oorlogstrauma heeft het ook (vooral?) een oorlogsschuld. Ook dit besef borrelt bij velen boven op zo'n dag. Gefascineerd sla ik de stoet gade, maar de euforie die mij overviel bij de plotselinge ontmoeting met de lokale traditie verdwijnt als sneeuw voor de zon bij het zien van het aanhangsel dat zich achter het musicerende gezelschap bevindt: communisten. Ik had eigenlijk ook niets anders verwacht; ik had al een week niks meer van het gezelschap vernomen dus het werd tijd. Linkse schreeuwers vinden het noodzakelijk om met grote regelmaat hun aanwezigheid hier aan te tonen. Zodoende hebben ze inmiddels hun positie verankert in de Florentijnse samenleving. Florence is namelijk al decennia lang een linkse stad. Men zal Florence ook links houden. Het is zo’n stad van het pappen en nathouden heb ik het idee. Waar Italië het land is van de extreme politieke stellingen, is Florence een stad van het politieke eenrichtingsverkeer. Je hoeft in deze stad maar over straat te lopen om te merken dat de ‘politiek geëngageerden’ het vooral overal mee oneens zijn: de Staat, de minister-president, rechts, privatisering en zo kan ik nog wel even doorgaan. En waar men het vooral mee oneens is, is fascisme. Vrijwel alle protestmarsen die het linkse gebroed organiseert, staan in het teken van antifascisme. Want alles wat de Staat regelt en wat niet strookt met de ideeën van links, is natuurlijk onmiddellijk iets wat gelinkt moet worden aan de zwarthemden. 
 Met name het immigratiebeleid in Italië is je reinste fascisme als je de (extreem-)linksen alhier moet geloven. Dat aanhangers van dit gedachtegoed vaak last hebben van het ontkennen van daadwerkelijke problemen is geen nieuws. Maar het immigratiebeleid in deze stad fascistisch noemen, is volslagen absurd. De stad loopt over van zwervers, bedelende zigeuners en illegale ambulante verkopers die het vooral voorzien hebben op de gunsten van de toeristen. De visiterende mensen worden daadwerkelijk lastig gevallen door deze groepen. Dit terwijl in deze stad een enorme politiemacht zichtbaar is (we hebben hier onder andere de Carabinieri, de Polizia, de Polizia Comunale, de Polizia Municipale en zelfs de Guardia di Finanza) die zich in dezelfde ruimte beweegt als de probleemgroepen. Harde aanpak? Lik-op-stukbeleid? Kortom: ‘fascistisch’ handelen van de autoriteiten? Geenszins. Communisme leeft hier dus nog steeds. Mijn universiteit doet helaas mee aan het in leven houden van deze ‘ideologie’. Op mijn faculteit zijn er speciale muren waar het rode gevaar hun gezever op kan tentoonstellen en bij de ingang staan studenten vaak doodleuk nieuwe aanhangers voor hun neocommunistische beweging te werven. Dit soort zaken kun je nog enigszins, verstandig, negeren. Het feit daarentegen dat de universiteit geregeld haar deuren op slot gooit om samen met linkse studentenbewegingen te protesteren tegen het een of ander, is natuurlijk te belachelijk voor woorden. Als universiteit een podium creëren voor politieke en maatschappelijke discussies is best prima. Dat het echter zo stellig een expliciete richting inslaat, vind ik nogal verwerpelijk. Voor nu hou ik mijn hart vast: de Dag van de Arbeid is nakende. In plaats dat men gaat vieren dat arbeid loont, hebben de ‘almachtige’ vakbonden alweer stakingen aangekondigd. Het is een Italiaanse hobby, zo niet een sport, om vooral heel vaak het ‘arbeidsbijltje’ erbij neer te gooien. Het zal mij benieuwen wat ik die dag weer op straat tegenkom… |
Reageer snel!
Klik hier voor het nieuwsarchief
- Deel deze pagina






