Nieuws : Il Nord lavora ed il Sud mangia
| In het land waar zebrapaden louter het resultaat van een Melkertbaan lijken, wordt moord en brand geschreeuwd over de hoge werkloosheid, is staken een nationale hobby en is progressie nauwelijks merkbaar. Italië wordt sociaalhistorisch tot het ‘mediterraanse model' gerekend, wat gepaard gaat met kenmerken als corrupt, wanordelijk en vooral onwerkbaar. Op papier een economische grootmacht (het land behoort immers tot de G8); in de praktijk slechts een trage, ongeoliede machine. Gaat het land, dat de hoogste staatsschuld van Europa heeft, ‘op zijn mediterraans' de Grieken achterna? Zeker niet. Italië staat economisch gezien vrij sterk ten opzichte van de rest van de Zuid-Europese landen. We hebben het dan ook over Italië: het land dat het bankieren uit heeft gevonden. Tevens het land alwaar de werkzame bankieren (vooral) ten tijde van de Renaissance massale kunstopdrachten hebben uitgevaardigd waar Italië tot op de dag van vandaag nog zijn enorme toeristenstroom aan te danken heeft. Het is de natie die ons handelswoorden als ‘conto’ en ‘bankroet’ heeft gegeven. En dan heb ik het nog niet eens gehad over wat de Romeinen zoal betekend hebben. Klinkt veelbelovend, toch? Toch is het niet meer zo gezellig als dat het was. Tegenwoordig heerst er verdeeldheid. Want waar de economische activiteit in de industriële driehoek Milaan-Turijn-Genua momenteel nog steeds hoogtij viert, ligt de rest van het land, vooral de regio’s ten zuiden van Rome, op haar gat. ‘Het Noorden werkt en het Zuiden eet’. En daar is het Noorden, vanzelfsprekend, niet zo blij mee. De Lega Nord, de spraakmakende separatistische partij die eerder aan bod gekomen is, ziet hier uiteraard weer een argument in om het Zuiden maar al te graag te lozen. Rome volgaarne incluis, want daar zit de regering die toch alleen maar geld stort in de bodemloze put die ‘het Zuiden’ heet. Duidelijk, verdeeldheid dus. Maar waarom? Wellicht voorspelbaar, maar het heeft wederom alles te maken met de mentaliteit. Het bedrijfsleven wordt namelijk op een bijzondere manier ingevuld in dit land. In Florence bijvoorbeeld gaan veel winkels en bedrijven tussen 13.00 en 16.00 op slot: lunchtijd. De economische motor wordt dus dagelijks drie uur lang op standje energiebesparend gezet. Naast dit soort fratsen is zaken doen met Italianen, buitenlander zijnde, ook vrij frustrerend. ‘Ter zake komen’ staat doorgaans niet in het vocabolario van de Italiaanse zakenman, wat dus inhoudt dat er tijdens een zakendiner eerst uitgebreid over familie, voetbal en eten gesproken moet worden alvorens er formaliteiten geregeld kunnen worden. En betalingen? Die kunnen best wel eens even op zich laten wachten. Waarom zou je je namelijk haasten? Deze mentaliteit van chaos en traagheid uit zich, naast het bedrijfsleven, ook op de arbeidsmarkt. Van mensen die bij zinloze kantoortjes tewerkgesteld worden om het kastje-muur principe in leven te houden tot bouwprojecten die eeuwig duren. Wat mij overigens opvalt hier in Florence, is dat bijna niemand van de jongeren werkt. Waar Nederlandse studenten vaak een bijbaantje hebben, houden Italiaanse studenten zich verre van deze tijdsinvulling. Waarom? Als je jongeren vraagt waarom ze geen bijbaantje hebben, krijg je de standaard smoesjes variërend van ‘geen tijd’ tot ‘ik kan niks vinden’ te horen. Zorgelijk als je het mij vraagt, want van alleen het onderwijs in dit land moet je het niet hebben. Een degelijk CV opbouwen zit er niet in bij de toekomstige arbeidsmarktparticipanten. Om over enige ondernemingszin bij jongeren nog maar te zwijgen.
Jammer. Het land heeft namelijk wel de potentie om daadwerkelijk een verdiende economische grootmacht te zijn. Men moet alleen de ‘piano piano’ mentaliteit laten varen. Dus, waarde Italianen, u weet wat u te doen staat: steek een peperoncino in uw reet en ga aan het werk! Jorik Kuipers |
Reageer snel!
Klik hier voor het nieuwsarchief
- Deel deze pagina






